
Wet op de dierproeven
Artikel 12
1
Hij die dierproeven verricht, is, onverminderd zijn gehoudenheid de desbetreffende voorschriften, verbonden aan een voor hem geldende vergunning of ontheffing, na te leven, verplicht ervoor zorg te dragen dat de dieren behoorlijk worden verzorgd en behandeld met inachtneming van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te dien aanzien te stellen regelen.
2
Tot de in het eerste lid bedoelde regelen kunnen behoren regelen met betrekking tot:
a
de deskundigheid van degenen die de dieren verzorgen;
b
de afmetingen en de constructie van de onderkomens waarin de dieren worden gehuisvest;
c
het schoonhouden en het verwarmen der onderkomens;
d
de voeding der dieren.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.